Mijn tweede trimester, van mijn tweede zwangerschap. De eerste leverde ons een heerlijk, lief, slim, grappig meisje op. Ik ben heel nieuwsgierig naar wie er nu aan het groeien en bewegen is in mijn buik. En mijn dochtertje (2,5) ook: eindelijk een “echte baby” om mee te tutten.  Zou het weer een meisjesbaby zijn? Of krijgt ons meisjeshuis er straks voor het eerst een man bij? Want, jep, ons gezin bestaat vooralsnog alleen maar uit meisjes: mijn dochter, mijn vrouw en ik.

Ik ontmoette mijn vrouw zeven jaar geleden op een tropisch eiland, waar we allebei werkten als therapeut. Drie jaar later trouwden we en nog een jaar later was Aya daar: onze dochter. Deze drie hele blije en dankbare meisjes wachten inmiddels vol verwachting op de komst van een klein zusje op broertje.

We staan op het punt een geslachtsecho te doen. Wat zal het worden? Weer een meisje – wat eerlijk gezegd wel heel “veilig” en “gemakkelijk” voelt en uiteraard ook een hele gezellige aanvulling is op ons meisjeshuis. Of wordt het toch een jongetje…en dan?

Ondanks dat Aya’s interesses variëren van ballet tot graafmachines en van poppen tot raceauto’s, voeden we niet “genderneutraal” op. Haar kamer is een zo roze als een zuurstok, haar balletpak heeft een knalroze tutu die zo ongeveer een eigen stoel nodig heeft en 80% van haar kleertjes is, juist, babypink. En eerlijk gezegd, kruipt er in ons interieur ook steeds meer roze binnen. Maar als daar straks een jongetje bij komt, dan zal er toch wat moeten veranderen?

Begrijp me niet verkeerd: als er in de zomer een gezond kind uitkomt, zal het me uiteindelijk verder een worst wezen of het een jongen of een meisje is.

En ik zal de laatste zijn die er een probleem van maakt als onze zoon liever een rok aantrekt of ook op ballet wil. Maar ik heb toch het idee dat ik een jongen ook wat andere dingen moet aanbieden, tot hij zelf gaat ervaren en bepalen wie en wat hij is. Als het namelijk een stoere, nuchtere peer blijkt te zijn, vind ik het sneu als hij moet opgroeien in een roze poppenhuis.

Ik betrap mezelf erop dat ik vooral een “goede man” wil opvoeden. Eentje die lief is en vrouwen met respect behandelt. Maar ik realiseer me ook dat jongens van nature actiever en drukker zijn en die ontwikkeling wil ik niet beperken vanuit mijn “meisjes mindset”.

Want als ik denk aan een zoon voel ik ook een noodzaak om de juiste namen van alle soorten bouw- & graafauto’s te leren kennen, eindelijk die Hollandse voetbal obsessie te ontwikkelen en hem te omringen met wat andere kleuren uit het spectrum…

Misschien zijn er nu een heleboel moeders – die wel genderneutraal opvoeden – die dit onzin vinden. Want waarom zou een jongen opvoeden zo ontzettend anders zijn dan een meisje? Misschien valt het in de praktijk ook allemaal wel mee en gaat het vanzelf. Maar als ik ‘s nachts, tussen mijn twee meisjes in, in bed lig, pieker ik er toch over.

Ik ben nooit bang geweest dat Aya een papa zal missen. En ik weet ook zeker dat mijn vrouw het fantastisch zal doen, iedere zondagochtend op het voetbalveld. Dat is het probleem niet. Zij is denk ik een echte “jongensmama”. Maar ik?

Ik heb altijd geweten dat ik ben weggelegd voor het moederschap. En over het opvoeden van een meisje heb ik mij nooit onzeker gevoeld. Maar een zoon: kan ik dat wel net zo goed? Heb ik daar wel de juiste vaardigheden voor? Gelukkig doet mijn vrouw aan vechtsport, weet zij wat buitenspel is en is haar kledingkast geen roze suikerspin. Misschien zijn we dan mooi in balans als we een zoon krijgen: ik borstvoeding, zij opvoeding, ik knuffelen en troosten, zij stoeien en doerakken. En Aya? Als grote zus heeft zij uiteraard nog het meeste te zeggen over wat voor man hij wordt.

Door Kari van der Heide, van columnsbykari.com

Gastauteur – heeft 21 verhalen geschreven.

Meer Artikelen

  • Geen artikelen gevonden