In deel 1 van Verslagen uit Malawi schetst Mariël Croon de schreinende situatie rondom de tekorten aan verloskundigen in Bwaila Hospital, Malawi. In deel 2 van het reisverslag blijkt dat er wel meer nodig is dan verloskundigenhulp, en dat is…Moederliefde.

Laetitia is vanaf vijf uur de vorige dag aan het werk geweest. Zo lang duurt de nachtdienst hier. En ze doet er nog een dagdienst achteraan – personeelsgebrek. “Twee baby’s zijn er vannacht doodgegaan”, vertelt ze. Ze waren niet te redden. Dat is hier dagelijks werk.

Meer dan twintig baby’s liggen er in de plastic bedjes op de couveuseafdeling. In kleurige batiklappen als kleine pakketjes, met z’n twee of drieeën. Om negen uur stromen de moeders binnen. Ze gaan op de stenen vloer zitten met hun bundeltje kind op schoot en kolven met de hand melk uit hun borst in een klein plastic kopje, waar de baby uit drinkt. ‘Cupfeeding’ heet dat. We besluiten meteen dit in Nederland ook in te voeren. Hoe simpel kan het leven zijn. Geweldig ook, dat deze moeders hun kind zelf verzorgen. Er komt geen verpleegkundige aan te pas. En ook wij hebben hier als Nederlandse verloskundigen niets aan toe te voegen. Althans, dat denken we.

Als de voeding achter de rug is, zijn alle moeders weer snel verdwenen. En naarmate de dag vordert, blijkt dat bijna alle baby’s verhoging hebben: dorstkoorts. Het is hier bloedheet, bijna alle baby’s krijgen te weinig moedermelk en ook geen bijvoeding. Bijvoeding kan het immuunsysteem aantasten van baby’s wiens moeder besmet is met hiv, en zo hun kans op aids vergroten. Dus ze krijgen of borstvoeding óf flesvoeding. Nooit beide.

Maar Afrikaanse moeders hebben net zo goed begeleiding bij de borstvoeding nodig als Europese, zo blijkt. We doen ons best om ze erbij te sleuren en voorlichting te geven. Rose spreekt Engels en vertaalt: “Hoe meer je voedt, des te meer melk je maakt”. Het lijkt weinig indruk te maken. Je hoort ze denken: “Laat die blanken maar kletsen”.

Eén kindje is letterlijk vel over been. Het krijgt veel te weinig om te groeien, maar net iets te veel om meteen dood te gaan. Het teert langzaam uit. Hier heerst de survival of the fittest. Een zwakke baby, daar kun je je maar beter niet aan hechten. De kans dat hij doodgaat is aanzienlijk. En dat is misschien maar beter ook, zo denken ze hier. Want als het kind later gehandicapt blijkt te zijn, is dat een loden last in het straatarme Malawi.

Rose is anders dan de rest. Een echte voorbeeldmoeder. Ze is 20 jaar en beviel 10 dagen geleden van haar eerste kind, van 1100 gram, een maand of 3 te vroeg. Rose kolft vlot 20 milliliter melk af en geeft het haar baby via de sonde. Baby Roy laat een wonder zien. Hij leeft, zonder zuurstof, enkel door zijn overlevingsdrang en de zorg van zijn moeder.

Maar sterk zijn is niet genoeg. Om een kans te maken, hebben de baby’s hier nog iets anders nodig. Een toegewijde moeder.

SandraSandra – heeft 7 verhalen geschreven.
Marketing Assistant bij Moeders voor Moeders.

Meer Artikelen